De Doofpot van Wissenkerke?
Op 24 december 1794 was Johan Hendrik Holsappel geïnstalleerd als dominee van de Ned. Hervormde van Wissenkerke
Hij was geboren op 31 augustus 1743 te `s Gravenhage, als zoon van Jan Hendrik Holsappel
en Maria Anna Magdalena Vallat en gedoopt op 3 september in de Nieuwe Kerk te `s Gravenhage,
door dominee V. Willeboll, doopgetuige was Jan Hendrik Holsappel (vermoedelijk zijn grootvader) , hij is in geschreven in het doopboek als Jan Hendrik Holsappel)
Hij is als kandidaat dominee begonnen te Beuningen (1771 t/m 1778), en als dominee is hij beroepen op de navolgende plaatsen, Waarde (1778 t/m 1785), Ellewoutsdijk (1785 t/m 1789), Zoutelande (1789 t/m 1793), Zuidzande (1793 t/m 1794) en te Wissenkerke van af 24 december 1794 alwaar hij op 1 oktober 1802, op 59 jarige leeftijd is overleden.
Op 26 mei 1773 ging hij te Vierlingsbeek in ondertrouw en op 15 juni 1773 trouwde hij aldaar met Adriana Magrietha Maas.
Zij is gedoopt op 4 juni 1753 te Gorinchem en overleden, te Wissenkerke op 30 mei 1829 op
76 jarige leeftijd.
Zij was de dochter van dominee Willem Maas die beroepen was te Vierlingsbeek en Catharina van den Berge, haar broer Johannis Maas was dominee te Grijpskerke.
Op 8 april 1801 testamenteert Johan Hendrik Holsappel samen met zijn vrouw bij Schout en Schepenen van Wissenkerke.
Adriana Magrietha Maas vraagt op 30 april 1803 een bewijs van onvermogen aan, daar zij niet in staat is om de heffingen over haar bezittingen, van het jaar 1802 te voldoen.
Uit het huwelijk werden 5 kinderen geboren, vier dochters en een zoon.
2 dochters trouwen te Middelburg en de andere 2 trouwen te Wissenkerke, van de zoon zijn nadat
hij in 1816 aanmonsterde op een schip geen verdere gegevens bekend.
Op 16 april 1796 legde Cornelia Boot, huisvrouw van Nicolaas Tollenaar en wonende te Wissenkerke een verklaring af bij de Schout en Schepenen aldaar, met de klacht dat dominee
Johan Hendrik Holsappel in het het jaar 1795 verschillende keren bij haar aan huis kwam en
door woord en gebaren te kennen dat hij overspel met haar wou plegen.
Toen zij hem te kennen gaf dat zij daar niet van gediend was, had dominee Holsappel gevraagd
of ze het tegen niemand over zijn gedane voorstellen wilde vertellen.
Toen Cornelia Boot aan hem vroeg of zijn voorstellen aan haar, geen zonden waren en of God dat niet zag, gaf de dominee als antwoord, ”dat de natuur boven de leer ging”.
Nadat de schoonmoeder van Cornelia Boot (die bij hun in huis had gewoond) was overleden, kwam dominee Holsappel op huisbezoek.
Tijdens dat huisbezoek deed hij haar oneerbare voorstellen.
Zij gaf hem ten antwoord, dat zij in geen eeuwigheid met hem naar bed zou gaan.
Dominee Holsappel gaf de kennen dat als zij het voorstel afwees het niet in haar voordeel was.
Na verloop van tijd namen de geruchten over de, “verregaande neiging tot wellust en overspel” van dominee Holsappel, zo toe dat de dominee bij Cornelia Boot langs kwam en haar verzocht te zwijgen, dan zou hij de kwestie ook laten rusten.
Eveneens op 16 april 1796 doet Pieternella Schrier, 26 jaar en ongehuwd aangifte van een poging tot verkrachting door dominee Johan Hendrik Holsappel gepleegd eind 1794 en van een verkrachting op 2 januari 1795 te Wissenkerke.
Enige dagen na kerstmis 1794 kwam de op 24 december 1794 benoemde dominee Johan Hendrik Holsappel bij Pieternella Schrier op bezoek, “zij was omtrent 10 jaaren door eene meermalen in het bijzonder aan het vrouwelijk geslagt eigene ongesteldheid bedleegerig is geweest”.
Zij had al diverse dokters geraadpleegd en diverse middelen gebruikt maar dat had geen enkel resultaat gehad.
De dominee stelde haar voor dat hij haar lichamelijk zou onderzoeken en van zijn bevindingen zou hij aan een dokter een brief sturen, Pieternella Schrier was door deze vraag zo overvallen dat ze
met ja antwoordde.
Op het voorstel van de dominee dat hij haar lichaam moest onderzoeken, gaf zij te kennen dat zij daar geen zin in had en dat de dokter dat wel zou doen.
Na zeer sterke aandrang van dominee Holsappel en van de belofte dat hij een brief zou sturen aan een dokter, ging zij met het voorstel akkoord.
Waarop dominee Holsappel, “zijne handen onder `t deksel stak, dezelve aan haar bloote lijf sloeg, en in het zelve vroette dat hij zulks verrigt hebbende”, hij vertelde haar dat hij haar lichaam onderzocht had en dat hij zijn brief naar de dokter zou sturen.
Waar op zij antwoordde dat het goed was, en vervolgens was dominee Holsappel vertrokken.
Op 2 januari 1795 omstreeks twee uur in de middag kwam dominee Holsappel weer bij Pieternella Schrier op bezoek.
Zij vroeg de dominee of hij inmiddels al een brief naar een dokter gestuurd had, waarop hij antwoordde dat hij dat niet van plan was dit te doen.
Zijn vraag aan haar was, “of hij zijn wille eens met haar mogte doen, dat zij deponente hem antwoorde dat zij daar toe niet te bedde lag, om zijn wille te doen”.
De dominee gaf als antwoord dat zij daar niks over te vertellen had en als ze weigerde zou hij
haar van de kerk uitsluiten, maar als zij hem zijn zin zou geven, dan kon hij haar middels de kerk
helpen.
Pieternella Schrier gaf hem als antwoord, “dat zij dan veel liever gebrek en armoede wilde lijden”.
Daarop gaf de dominee als antwoord dat zij alleen was en dat hij het dan tegen haar wil zou doen,
vervolgens greep haar vast en begon haar te betasten en bevoelen op een zeer grove en hardhandige manier.
Daarop riep zij dat ze zou gaan schreeuwen en dat dan de buren zouden komen.
Vervolgens pakt de dominee een doek om hem in haar mond te steken zodat zij niet dan kon gaan schreeuwen.
Het lukte haar om de doek uit zijn handen te trekken.
Met geweld pakte de dominee haar vast en maakte met zijn andere hand, ”de gordel van zijn japon losdeed, vervolgens zijn horlogie op de tafel leide”, en haar naakte lichaam met geweld en tegen
haar zin bevoelde en betaste.
Pieternella Schrier smeekte of de dominee haar met rust wou laten, maar hij gaf haar te kennen dat
ze haar mond moest houden of hij zou bij haar op bed komen liggen.
Toen de dominee dat toch probeerde waarschuwde zij dat ze buiten kennis zou raken, waarop de dominee antwoordde, “ dat het maar stuipen van haar waren, en hij trachte om op haar lijf te komen”.
Zij slaakte een kreet en raakte buiten zinnen.
Toen Pieternella Schrier weer bijgekomen was, vertelde men haar dat zij 3 dagen buiten kennis was geweest.
Op 4e pinksterdag kwam dominee Holsappel bij haar langs en vroeg haar, “of zij nog niet gewillig was, om zijn wille met hem te doen”, waarop zij antwoordde dat zij dat nooit zou toestaan.
Plotseling liet dominee Holsappel zich op haar vallen en begon haar te kussen en te strelen, en met veel aandringen haar probeerde te overreden om hem zijn gang te laten gaan.
Zij gaf hem daarop als antwoord, “dat zij voor geen een als hoer te bedde lag”.
Dominee Holsappel zei dat ze daar niks over te vertellen had en als ze zou blijven weigeren, hij er voor zou zorgen dat ze tot armoede zou vervallen.
Hij kreeg als antwoord dat hij dat dan maar doen moest, “dat wijders hij Holsappel haar weder vastpakte, en haar agter over gooijde”.
Nadat zij zich van de dominee bevrijd had, gaf zij hem te kennen dat ze zijn gedrag openbaar zou maken.
De dominee drong sterk aan om dat zij dit niet zou doen, want dan zou hij haar beschuldigen van leugens en bedrog, “en dat er voor zo een armen geen regten was.
Pieternella Schrier riep hem toe, dat ze ondanks dat ze dan arm was toch voor haar recht zou opkomen, “waarna eindelijk Holsappel van haar afliet en haar toevoegde, dat hij `t haar wel thuis zoude brengen omtrent de arme dingen”.
Ook op 16 april 1796 leggen Marinus Spruit zijn huisvrouw Tannetje Korteknie een verklaring af voor de schout en schepenen van Wissenkerke, zij bevonden op 2 januari 1795 zich in het huis van Marinus Verhoeve, timmerman te Wissenkerke, toen daar plotseling verschrikt dominee Holsappel binnen kwam en riep, “dat Pietje in de stuipen was gevallen”.
Marinus Spruit gaf aan de dominee te kennen dat dit wel vaker gebeurde, waarop Tannetje Korteknie met spoed naar de diaken van Wissenkerke, Janis de Groot is gegaan, en samen met hem naar het huisje van Pieternella Schrier.
Daar aangekomen troffen ze Pieternella Schrier aan in de stuipen en buiten kennis.
Na speuringen in de dossiers van de rechtbank en in de correspondentie van de Classis van de Hervormde kerk op de Bevelanden, is over de deze zaak niks terug te vinden.
Omdat de belanghebbenden in deze zaak spoedig erna zijn overleden en ook omdat dominee Holsappel gewoon in functie is gebleven kunnen we van de veronderstelling uitgaan dat deze zaak gewoon is stil gezwegen en bewust door de toenmalige instantie`s in de doofpot is gestopt.
Bronnen:
Razeaktenr: 3753 (Gemeentearchief Noord-Beveland)
Doopboek Hervormde Gemeente te `s Gravenhage nr: 246, Blz 68.(Gemeente Archief Den Haag)
Trouwboek Gemeente Vierlingsbeek (Streekarchief Brabant-Noordoost)
Zeeuws Archief te Middelburg
A.de Smit, documentatie van de kerken van Zuid en Noord-Beveland en hun voorgangers en
M.W.L. van Alphen junior, naamlijsten van de Hervormde predikanten in de gemeenten der
provincie Zeeland, sedert de reformatie tot heden.
Bijlage Q in Nieuw Kerkelijk Handboek, jaargang 1909, Gouda, Koch & Knuttel 1909.
Schermutselingen bij Camperlandse Veer op 13 december 1813
In de laatste maanden van het jaar 1813, begonnen de Franse bezettingslegers na de zware nederlagen van keizer Napoleon geleden in de verschillende veldslagen zich terug te trekken.
Op verscheidende plaatsen in Nederland kwam het tot verzet tegen de Franse bezettingslegers.
Dit verzet nam toe na de landing van de Prins van Oranje (de latere Koning Willem 1) bij Scheveningen, na beëdiging van zijn ballingschap in Engeland.
In diverse streken in Nederland weigerden de commandanten van de Franse troepen hun
macht op te geven en te vertrekken.
Dat gaf aanleiding tot vreemde situaties , via proclamaties verkondigde men dat Napoleon
veldslagen had gewonnen.
In Vlissingen liet de commandant zelfs de kerkklokken luiden ter ere van de zogenaamde overwinningen van Napoleon.
In de nadagen van de Franse bezetting van Zeeland, heeft er op 13 december 1813 te Camperland Veer, een treffen plaats gehad tussen Franse soldaten die gelegerd waren
in Veere en die probeerden een landing uit te voeren op Noord-Beveland.
Burgers uit Kortgene en Wissenkerke die gewapend waren met sabels, hooivorken en mestvorken enz. gingen daarmee de Franse soldaten te lijf.
Veere en geheel Walcheren waren nog bezet door Franse troepen.
Onderzoek in de archieven bracht geen uitsluitsel dat dit treffen ook echt had plaatsgevonden.
Er waren wel artikelen over de landing verschenen in het Noord-Bevelands Nieuws en Advertentieblad en in een artikel van M.P. de Bruin over Wissenkerke.
Ook een schrijven ter ere van het 100 jarig bestaan van de onafhankelijkheid in 1913 van de Nederlandse staat, door C.N. van der Heijde aan de toenmalige burgemeester van Wissenkerke, H.G van Kempen, geeft wel een inzicht van de gebeurtenissen van die dag, maar is nog geen waterdicht bewijs van dat deze verhalen op waarheid zijn gebaseerd.
Onderzoek toonde aan dat volgens de verhalen de gesneuvelde Jacob Flipse uit Kortgene
volgens de akte van de burgerlijke stand van Cortgene is overleden op 13 december 1813
te Camperland.
Maar in deze akte staat niks vermeld over de doodsoorzaak of een verwijzing van enig treffen
met de Fransen te Camperland.
Tot op een gegeven moment uit de lidmatenlijst van de Hervormde Kerk van Kortgene een aantekening voorkomt die bevestigt dat de bovengemelde Jacob Flipse is gesneuveld
tijdens een treffen met Franse soldaten op het Camperlandse Veer.
Jacob Flipse was ongehuwd en woonde samen met zijn zuster Francina Flipse en haar dochtertje
(Francina Flipse geb. 1804 te Kortgene) te Kortgene.
Bij verdere naspeuringen bleek dat Cornelis Zwigtman in 1820 een boekje in dichtvorm over het
het treffen bij Camperlandse veer heeft geschreven en uitgegeven, waarin hij de gebeurtenissen
wel , maar dan in dichterlijke vrijheid beschreven.
Op 13 december 1863 hield dominee Looijen (predikant te Wissenkerke) ter gelegenheid van de herdenking van de schermutselingen die exact 50 jaar eerder hebben plaatsgevonden een preek waarin hij de gebeurtenissen herdacht.
In boek voor de jeugd “Om de Campveerse Toren” van de schrijver M.C. Capelle in het verhaal
de gebeurtenissen op het Camperlandse veer verwerkt.
Omdat een landing van Franse troepen tot de mogelijkheid behoorde werd er door de inwoners van Noord-Beveland een bewakingsdienst ingesteld die een vroegtijdige komst
kon signaleren.
In de haven van Veere lagen nog enkele Franse oorlogsschepen, een eskader van Engelse oorlogsschepen onder leiding van Lord Stewart lag in de omgeving van de Roompot.
De Franse commandant generaal Gilly, was verschrikkelijk kwaad geworden toen hij vernam dat begin december zonder daar toe bevel te hebben gekregen de Franse troepen Noord-Beveland hadden ontruimd.
Hij gaf order dat op 13 december een landing moest worden uitgevoerd op Noord-Beveland onder leiding van de voormalige commandant van het eiland.
Met diverse vaartuigen maken de Franse troepen de oversteek naar Noord-Beveland.
Op de bewuste 13 december 1813 zag de burgerwacht onder leiding van Jacob Tazelaar op het Camperlandsche veer vanuit Veere verschillende vaartuigen naderen met daarin bewapende Franse militairen.
De leiding gevende officier van de burgerwacht Jacob Tazelaar (timmerman te Wissenkerke, en latere
Burgemeester) op het Camperlandse veer stuurde een ijlbode naar de burgemeester
(Willem Lodewijk Vader) van Wissenkerke, en die gaf opdracht om de kerkklok te luiden
en alarmschoten af te vuren.
Ook stuurde de burgemeester bode`s naar Cortgene en Colijnsplaat om hen te waarschuwen dat Franse troepen onderweg waren om een landing uit te voeren.
Toen de versterkingen uit Cortgene waren gearriveerd, trokken ze gezamenlijk op naar het Camperlandse veer, want wachten op versterking uit Colijnsplaat zou te lang duren.
De bedoeling was om de Franse troepen zodra als ze geland zouden zijn, meteen aan te pakken,
en terug het water op te drijven.
De Fransen waren goed bewapend met geweren, bajonetten en sabels, terwijl de bewoners van
Noord-Beveland waren bewapend met een paar jachtgeweren, sabels, dolken en wat men maar te
pakken kon krijgen zoals hooivorken, rieken, houwelen en bijlen.
Onder de groep Noord-Bevelanders bevonden zich ook enkele vrouwen die zich ook niet onbetuigd
lieten en net als de mannen de Fransen te lijf gingen.
De aanvoerder van de Fransen, werd door de Noord-Bevelanders herkend als de voormalige commandant van het eiland en daar deze niet erg geliefd was gedurende de bezetting van het
eiland, gingen ze er extra fanatiek tegen aan.
Onder luid geschreeuw vielen zij de verraste Fransen aan.
Volgens Cornelis Zwigtman (schilder, brievengaarder te Wissenkerke) leek het of ,,een brullende heer
van aangehitste stieren was losgebroken” .
De commandant van de Fransen die met een onderofficier een stuk voor de soldaten uitliep werd door Marinus Janse de Nooijer (veerman van het Camperlandse veer) en Jan Mulder (timmermansknecht te Wissenkerke) aangevallen met hooivorken en ontwapent.
De Franse soldaten die niet hadden gerekend op weerstand, vluchten in paniek naar de boten om zo vlug mogelijk in te schepen en te vertrekken.
Maar de buiten zinnen geraakte inwoners geven de strijd niet op en omsingelen een groep Fransen en die na een schermutseling krijgsgevangen gemaakt worden.
Een jonge luitenant probeert de Fransen manschappen weer te reorganiseren tot een strijdgroep en laat het vuur openen op de Noord-Bevelanders.
Nu raken de inwoners pas echt door het dolle heen en negeren de op hun afgevuurde kogels, de Franse luitenant wordt ontwapent en afgevoerd, door Aarnoud Rademaker (winkelier te Kortgene) en door Cornelis de Boo (schipper te Wissenkerke).
Een groep Franse soldaten wordt gevangen genomen en ontwapent, en de resterende Franse soldaten vechten nu voor hun leven en proberen de schepen die nog voor de kust liggen te bereiken.
Wat na een verwoede strijd ook lukt, en de schepen vertrekken meteen nadat Franse soldaten aan boord zijn genomen richting Veere.
De Franse gewonden worden afgevoerd naar de Grote Kerk in Veere die in die tijd gebruikt werd als hospitaal voor de Franse troepen.
In de navolgende dagen overlijden nog verschillende soldaten in het hospitaal daar zij ernstig gewond
zijn geraakt.
Ook onder verdedigers zijn slachtoffers te betreuren, zoals de eerder genoemde Jacob Flipse en
Jacob de Looff met een doorschoten voet, Jacobus van de Moere (schipper te Wissenkerke) met een
Bajonetsteek in zijn zij en Jan van Gilst (uit Kortgene) had een bajonetsteek in zijn hand en Barend
Ribbe had een paar slagen tegen zijn hoofd gehad met een geweerkolf.
Op last van de burgemeester van Wissenkerke werden de gemaakte krijgsgevangen afgevoerd en overgebracht naar Zierikzee.
Toen de schermutselingen voorbij waren kwam de versterking uit Colijnsplaat ter plaatse.
Nadat de rust is weer gekeerd worden de wachtposten versterkt, daar de bewoners van Noord-Beveland er niet op gerust waren dat de Franse nog een poging zouden wagen om een landing uit te voeren.
Korte tijd later gaan er enkele Engelse schepen voor anker in het Veerse gat, en nam daarmee de dreiging weg voor een Franse invasie op Noord-Beveland.
Enige tijd later gaven de Franse troepen ook hun posities`s op Walcheren op en trokken hun zich terug
richting Frankrijk.
Ter herdenking en viering van 100 jarig onafhankelijkheidsfeest van de bevrijding van de Franse overheersing, bracht de secretaris van de gemeente Wissenkerke, C.N. van der Heijde een schriftelijk verslag uit aan de toenmalige burgemeester H.G. van Kempen.
De secretaris kon toen nog putten uit archiefstukken waarin deze hele schermutseling beschreven stond.
Helaas zijn deze stukken kwijt geraakt of verloren gegaan dus moeten we afgaan op deze geschriften.
Bronnen,
Rapport van C.N. van der Heijde, archief Gemeente Noord-Beveland (AN-163)
Artikel door J.W.P. Cornelissen in het Noord-Bevelands Nieuws en Advertentieblad van 4 april 1959 no.: 2930
Boekje Wissenkerke 1651 – 1951 door M.P. de Bruin.
Acta boek van de Hervormde Kerk van Kortgene.
Toespraak dominee A.A. Looijen, uitgegeven door H.C.A. Thieme te Nijmegen in 1864.
Het boekje “Staal van Zeeuwschen Heldenmoed”door C. Zwigtman, uitgegeven door de Erven
J.C. Altorfer te Middelburg in 1820.
Artikel uit het boek “Ons Zeeuwsch Verleden” door A.M. Wessels, uitgegeven Gijsbers & Van Loon
te Arnhem in 1973.
Het boek “Om de Campveerse Toren”van M.C. Capelle, uitgegeven door Bosch & Keuning te Baarn.
Afbeelding Schermutseling Camperlandse uit het boek “Staal van Zeeuwschen Heldenmoed” door Cornelis Zwigtman.
© Kamperland 20-01-2006
Schermutselingen bij Camperlandse Veer op 13 december 1813
In de laatste maanden van het jaar 1813, begonnen de Franse bezettingslegers na de zware nederlagen van keizer Napoleon geleden in de verschillende veldslagen zich terug te trekken.
Op verscheidende plaatsen in Nederland kwam het tot verzet tegen de Franse bezettingslegers.
Dit verzet nam toe na de landing van de Prins van Oranje (de latere Koning Willem 1) bij Scheveningen, na beëdiging van zijn ballingschap in Engeland.
In diverse streken in Nederland weigerden de commandanten van de Franse troepen hun
macht op te geven en te vertrekken.
Dat gaf aanleiding tot vreemde situaties , via proclamaties verkondigde men dat Napoleon
veldslagen had gewonnen.
In Vlissingen liet de commandant zelfs de kerkklokken luiden ter ere van de zogenaamde overwinningen van Napoleon.
In de nadagen van de Franse bezetting van Zeeland, heeft er op 13 december 1813 te Camperland Veer, een treffen plaats gehad tussen Franse soldaten die gelegerd waren
in Veere en die probeerden een landing uit te voeren op Noord-Beveland.
Burgers uit Kortgene en Wissenkerke die gewapend waren met sabels, hooivorken en mestvorken enz. gingen daarmee de Franse soldaten te lijf.
Veere en geheel Walcheren waren nog bezet door Franse troepen.
Onderzoek in de archieven bracht geen uitsluitsel dat dit treffen ook echt had plaatsgevonden.
Er waren wel artikelen over de landing verschenen in het Noord-Bevelands Nieuws en Advertentieblad en in een artikel van M.P. de Bruin over Wissenkerke.
Ook een schrijven ter ere van het 100 jarig bestaan van de onafhankelijkheid in 1913 van de Nederlandse staat, door C.N. van der Heijde aan de toenmalige burgemeester van Wissenkerke, H.G van Kempen, geeft wel een inzicht van de gebeurtenissen van die dag, maar is nog geen waterdicht bewijs van dat deze verhalen op waarheid zijn gebaseerd.
Onderzoek toonde aan dat volgens de verhalen de gesneuvelde Jacob Flipse uit Kortgene
volgens de akte van de burgerlijke stand van Cortgene is overleden op 13 december 1813
te Camperland.
Maar in deze akte staat niks vermeld over de doodsoorzaak of een verwijzing van enig treffen
met de Fransen te Camperland.
Tot op een gegeven moment uit de lidmatenlijst van de Hervormde Kerk van Kortgene een aantekening voorkomt die bevestigt dat de bovengemelde Jacob Flipse is gesneuveld
tijdens een treffen met Franse soldaten op het Camperlandse Veer.
Jacob Flipse was ongehuwd en woonde samen met zijn zuster Francina Flipse en haar dochtertje
(Francina Flipse geb. 1804 te Kortgene) te Kortgene.
Bij verdere naspeuringen bleek dat Cornelis Zwigtman in 1820 een boekje in dichtvorm over het
het treffen bij Camperlandse veer heeft geschreven en uitgegeven, waarin hij de gebeurtenissen
wel , maar dan in dichterlijke vrijheid beschreven.
Op 13 december 1863 hield dominee Looijen (predikant te Wissenkerke) ter gelegenheid van de herdenking van de schermutselingen die exact 50 jaar eerder hebben plaatsgevonden een preek waarin hij de gebeurtenissen herdacht.
In boek voor de jeugd “Om de Campveerse Toren” van de schrijver M.C. Capelle in het verhaal
de gebeurtenissen op het Camperlandse veer verwerkt.
Omdat een landing van Franse troepen tot de mogelijkheid behoorde werd er door de inwoners van Noord-Beveland een bewakingsdienst ingesteld die een vroegtijdige komst
kon signaleren.
In de haven van Veere lagen nog enkele Franse oorlogsschepen, een eskader van Engelse oorlogsschepen onder leiding van Lord Stewart lag in de omgeving van de Roompot.
De Franse commandant generaal Gilly, was verschrikkelijk kwaad geworden toen hij vernam dat begin december zonder daar toe bevel te hebben gekregen de Franse troepen Noord-Beveland hadden ontruimd.
Hij gaf order dat op 13 december een landing moest worden uitgevoerd op Noord-Beveland onder leiding van de voormalige commandant van het eiland.
Met diverse vaartuigen maken de Franse troepen de oversteek naar Noord-Beveland.
Op de bewuste 13 december 1813 zag de burgerwacht onder leiding van Jacob Tazelaar op het Camperlandsche veer vanuit Veere verschillende vaartuigen naderen met daarin bewapende Franse militairen.
De leiding gevende officier van de burgerwacht Jacob Tazelaar (timmerman te Wissenkerke, en latere
Burgemeester) op het Camperlandse veer stuurde een ijlbode naar de burgemeester
(Willem Lodewijk Vader) van Wissenkerke, en die gaf opdracht om de kerkklok te luiden
en alarmschoten af te vuren.
Ook stuurde de burgemeester bode`s naar Cortgene en Colijnsplaat om hen te waarschuwen dat Franse troepen onderweg waren om een landing uit te voeren.
Toen de versterkingen uit Cortgene waren gearriveerd, trokken ze gezamenlijk op naar het Camperlandse veer, want wachten op versterking uit Colijnsplaat zou te lang duren.
De bedoeling was om de Franse troepen zodra als ze geland zouden zijn, meteen aan te pakken,
en terug het water op te drijven.
De Fransen waren goed bewapend met geweren, bajonetten en sabels, terwijl de bewoners van
Noord-Beveland waren bewapend met een paar jachtgeweren, sabels, dolken en wat men maar te
pakken kon krijgen zoals hooivorken, rieken, houwelen en bijlen.
Onder de groep Noord-Bevelanders bevonden zich ook enkele vrouwen die zich ook niet onbetuigd
lieten en net als de mannen de Fransen te lijf gingen.
De aanvoerder van de Fransen, werd door de Noord-Bevelanders herkend als de voormalige commandant van het eiland en daar deze niet erg geliefd was gedurende de bezetting van het
eiland, gingen ze er extra fanatiek tegen aan.
Onder luid geschreeuw vielen zij de verraste Fransen aan.
Volgens Cornelis Zwigtman (schilder, brievengaarder te Wissenkerke) leek het of ,,een brullende heer
van aangehitste stieren was losgebroken” .
De commandant van de Fransen die met een onderofficier een stuk voor de soldaten uitliep werd door Marinus Janse de Nooijer (veerman van het Camperlandse veer) en Jan Mulder (timmermansknecht te Wissenkerke) aangevallen met hooivorken en ontwapent.
De Franse soldaten die niet hadden gerekend op weerstand, vluchten in paniek naar de boten om zo vlug mogelijk in te schepen en te vertrekken.
Maar de buiten zinnen geraakte inwoners geven de strijd niet op en omsingelen een groep Fransen en die na een schermutseling krijgsgevangen gemaakt worden.
Een jonge luitenant probeert de Fransen manschappen weer te reorganiseren tot een strijdgroep en laat het vuur openen op de Noord-Bevelanders.
Nu raken de inwoners pas echt door het dolle heen en negeren de op hun afgevuurde kogels, de Franse luitenant wordt ontwapent en afgevoerd, door Aarnoud Rademaker (winkelier te Kortgene) en door Cornelis de Boo (schipper te Wissenkerke).
Een groep Franse soldaten wordt gevangen genomen en ontwapent, en de resterende Franse soldaten vechten nu voor hun leven en proberen de schepen die nog voor de kust liggen te bereiken.
Wat na een verwoede strijd ook lukt, en de schepen vertrekken meteen nadat Franse soldaten aan boord zijn genomen richting Veere.
De Franse gewonden worden afgevoerd naar de Grote Kerk in Veere die in die tijd gebruikt werd als hospitaal voor de Franse troepen.
In de navolgende dagen overlijden nog verschillende soldaten in het hospitaal daar zij ernstig gewond
zijn geraakt.
Ook onder verdedigers zijn slachtoffers te betreuren, zoals de eerder genoemde Jacob Flipse en
Jacob de Looff met een doorschoten voet, Jacobus van de Moere (schipper te Wissenkerke) met een
Bajonetsteek in zijn zij en Jan van Gilst (uit Kortgene) had een bajonetsteek in zijn hand en Barend
Ribbe had een paar slagen tegen zijn hoofd gehad met een geweerkolf.
Op last van de burgemeester van Wissenkerke werden de gemaakte krijgsgevangen afgevoerd en overgebracht naar Zierikzee.
Toen de schermutselingen voorbij waren kwam de versterking uit Colijnsplaat ter plaatse.
Nadat de rust is weer gekeerd worden de wachtposten versterkt, daar de bewoners van Noord-Beveland er niet op gerust waren dat de Franse nog een poging zouden wagen om een landing uit te voeren.
Korte tijd later gaan er enkele Engelse schepen voor anker in het Veerse gat, en nam daarmee de dreiging weg voor een Franse invasie op Noord-Beveland.
Enige tijd later gaven de Franse troepen ook hun posities`s op Walcheren op en trokken hun zich terug
richting Frankrijk.
Ter herdenking en viering van 100 jarig onafhankelijkheidsfeest van de bevrijding van de Franse overheersing, bracht de secretaris van de gemeente Wissenkerke, C.N. van der Heijde een schriftelijk verslag uit aan de toenmalige burgemeester H.G. van Kempen.
De secretaris kon toen nog putten uit archiefstukken waarin deze hele schermutseling beschreven stond.
Helaas zijn deze stukken kwijt geraakt of verloren gegaan dus moeten we afgaan op deze geschriften.
Bronnen,
Rapport van C.N. van der Heijde, archief Gemeente Noord-Beveland (AN-163)
Artikel door J.W.P. Cornelissen in het Noord-Bevelands Nieuws en Advertentieblad van 4 april 1959 no.: 2930
Boekje Wissenkerke 1651 – 1951 door M.P. de Bruin.
Acta boek van de Hervormde Kerk van Kortgene.
Toespraak dominee A.A. Looijen, uitgegeven door H.C.A. Thieme te Nijmegen in 1864.
Het boekje “Staal van Zeeuwschen Heldenmoed”door C. Zwigtman, uitgegeven door de Erven
J.C. Altorfer te Middelburg in 1820.
Artikel uit het boek “Ons Zeeuwsch Verleden” door A.M. Wessels, uitgegeven Gijsbers & Van Loon
te Arnhem in 1973.
Het boek “Om de Campveerse Toren”van M.C. Capelle, uitgegeven door Bosch & Camp; Keuning te Baarn.
Een groot forum over alleen maar rc auto's. Meld je er snel op aan!
Hallo en Welkom op mijn nieuwe weblog,geen idee wat ik hier allemaal neer ga zetten.Maar denk dat dat even moet wennen zoiets,zal vanzelf wel wat ideeën krijgen en dan hier wel "neerkalken "
Weet ook nog niet hoe een en ander werkt hier,zou bv wel wat andere kleuren willen.......zoek ik even uit.
Nada como passar em família o ano novo!
ano novo, idade nova!
This is the long description for the blog named 'Blog All'.
This blog (blog #1) is actually a very special blog! It automatically aggregates all posts from all other blogs. This allows you to easily track everything that is posted on this system. You can hide this blog from the public by unchecking 'Include in public blog list' in the blogs admin.
| Mon | Tue | Wed | Thu | Fri | Sat | Sun |
|---|---|---|---|---|---|---|
| << < | > >> | |||||
| 1 | ||||||
| 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | 7 | 8 |
| 9 | 10 | 11 | 12 | 13 | 14 | 15 |
| 16 | 17 | 18 | 19 | 20 | 21 | 22 |
| 23 | 24 | 25 | 26 | 27 | 28 | 29 |
| 30 | 31 | |||||